Klein Hoefblad

 

 

Botanische naam: Tussilago Farfara

Familie:                Asteraceae, Composietenfamilie

Naamgeving:

Filius ante patrem, was in de Middeleeuwen de naam van het Klein Hoefblad, hetgeen zoveel betekent als; `de zoon voor de vader`, deze naam heeft betrekking op het feit dat de gele bloemhoofdjes, die wat van Paardenbloemen hebben, al een tijdje voor de bladeren verschijnen. De Nederlandse naam Hoefblad zou te herleiden zijn aan de hoefvorm van het blad evenals enkele volksnamen zoals Hoeven en Paardenvoet. Maar misschien is de naam een verbastering van Hoestblad "tussis = hoest", de plant wordt gebruikt tegen hoest.

Algemene beschrijving:

Het Klein hoefblad is een circa 30 cm hoge vaste plant.
De bloeitijd ligt vroeg, gewoonlijk in maart en april, bij gunstig weer al in februari. Het is een typisch voorjaarskruid. De plant behoort tot de naaktbloeiers, de bladeren verschijnen pas na de bloei. Tijdens de bloei zijn de beperkt tot korte, groene of rode schubjes langs de stengel. Na de bloei ontwikkelen deze zich tot hartvormig of ronde en getande bladeren.

Deze, aan de onderkant viltig behaarde bladeren staan in een rozetvormige krans rond de steel. De bloemen zijn oranjegeel, draaien met de zon mee en openen zich as wanneer de zon schijnt.
De plant is een pioniersplant die zich vooral op nieuwe gronden goed thuis voelt, vaak kan men hem tussen grassen in betrekkelijk nieuwe wegbermen of hellingen aantreffen. Op deze hellingen helpt de tot 1,5 m lange wortelstokken de uitlopers hieraan om de grond vast te houden. De gehele plant is donzig, behaard.

Standplaats:
Op vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte, meestal kalkhoudende grond.

 

Geschiedenis:

·         De bladeren zijn een prima tabakssurrogaat.

·         De Grieken ademden de rook in van klein hoefblad dat smeulde op houtskool en cypressen.

·         Het was een paardenmiddel tegen astma en hoest.

·         De bladeren werden eveneens gebruikt voor het afdekken van wonden en huidaandoeningen en ook gebruikt tegen gewrichtsreumatiek.

·         Ook de Romeinen gebruikten de bladeren om deze te roken in kleine pijpjes.

Inhoudstoffen:

Ø  Bitterstoffen

Ø  Looistoffen (tot17%)

Ø  Alkaloïden

Ø  Mineralen

o   Kalium

o   Calcium

o   Zwavel

o   Zink

o   Ijzer

Ø  Vitamine C

Ø  Pyridine : stikstofverbinding, een aromatische verbinding.

Ø  Choline

Ø  Etherische Olie

Ø  Galluszuur

Ø  Xanthofyl : geel pigment

Ø  Slijmstoffen (circa 8%)

o   Inuline

Ø  Triterpenen

Ø  Flavonoïden

Ø  Bloemen

o   Etherische olie

o   Slijmstoffen

o   Looistoffen (0,6%)

o   Flavonoïdederivaten

§  Hyperoside

§  Rutine

o   Pyrrolizidine-alkaloïden

o   Organische kleurstoffen

o   Fytosterine

Signatuur:

§  Klein hoefblad is een typisch voorjaarskruid, een van de eerste bloeiende planten na de winter. Dat duidt op weerbaarheid en een rijkdom aan vitamines en mineralen.

§  De bloemen zijn oranjegeel: goed voor de gal, lever en hart.

§  Klein hoefblad is een echte zonneplant, die met de zon meedraait en pas zijn bloemen opent bij zonneschijn. Zo kruid versterkt de ik-kracht, vitaliseert en geeft levensmoed.

§  De hele plant is donzig behaard, wat verwijst naar een werking op huid en slijmvliezen.

§  De wortel is wit, vlezig en kruipend.

Eigenschappen:

o   Luchtwegen;

o   slijmafvoerend, ontstekingsremmend en ontkrampend;

o   bij chronische verkoudheden, ontstekingen van de bijholten, hoest, bronchitis, astma, emfyseem en stoflongen.


Constitutie;

o   algeheel versterkend en vitamines en mineralen aanvullend;

o   bij voorjaarsmoeheid, chronische moeheid, uitputting en bij herstel na griep;

o   bij bloedarmoede, opgezette klieren en als ondersteuning om van rookverslaving af te komen.

o   Een zeer goed kruid voor kinderen in de groei die snel bevattelijk zijn of niet lekker in hun fel zitten.


Spijsvertering:

o   stimuleert de lever, reinigt de darm en stopt diarree; wekt de eetlust op en helpt de suikerstofwisseling.

o   urinewegen; stimuleren en vochtuitdrijvend; bij slecht functionerende nieren en oedeem.

o   EHBO-kruid

Indicaties:

ü  Lichte ontsteking van

o   Mondslijmvlies

o   Keelslijmvlies

o   Bijholten

ü  Heesheid

ü  Verslijming van de luchtwegen

ü  Chronische verkoudheid

ü  Hoest, chronische

ü  Bronchitis

ü  Adjuvans bij

o   Emfyseem

o   Silicose

ü  Opgezette halsklieren

ü  Scrofulose

ü  Oedeem

ü  Lever stimulerend

ü  Darm reinigend

ü  Diarree

ü  Bloedarmoede

ü  Vitaliserend

ü  Voorjaarsmoeheid

ü  Rookverslaving

ü  Vermoeidheid bij kinderen en volwassenen

ü  Herstel na griep

Contra-indicaties:

v  Leverinsufficiëntie

v  Zwangerschap

v  Lactatieperiode

v  Hoefblad zou zwaar kankerverwekkend zijn bij overmatig gebruik of het te lang gebruiken van het kruid.

v  Bijwerking:

o   In dit kruid komen Pyrrolizidine-alkaloiden voor. Deze stof wordt pas dan giftig wanneer het kruid ingenomen wordt in een hoge dosis. Deze verbindingen worden vooral in de dunne darm omgezet in giftige, vrije alkaloïden die de lever aantasten. Wanneer de dosis te hoog is, kan het lichaam de stof onvoldoende uitscheiden en wordt het opgeslagen in de lever.

Gebruikte delen:

Voor de tinctuur Farfara worden in het vroeger voorjaar de wortels gebruikt. Voor de thee oogst men de bloemen aan het begin van de bloei en het volwassen blad.

Dosering:

Ø  Thee, van de bloemen aan het begin van de bloei en de bladeren. Bij klachten aan de luchtwegen.

Ø  2 theelepels met ¼ liter kokend water overgieten, 10 minuten laten trekken, driemaal daags een kopje.

Ø  Bij astma kan men sigaretten roken van het gedroogde blad. Dit geeft verlichting en neemt de benauwdheid weg.

Ø  De thee kan gebruikt worden als gorgelmiddel (dan niet zoeten met honing).

Typologie:

Klein hoefblad past bij een doorzetter; iemand met veel levensenergie, die ondanks tegenslag doorgaat, boven zijn krachten uit. Als je levensenergie daardoor uitgeput raakt, gaat het mis.

Klachten als moeheid, vermagering, weinig weerstand, slechte eetlust, chronische hoest en verkoudheid, astma en bloedarmoede horen daarbij.

Essentie:

Klein Hoefblad groeit het best op ondoordringbare grond. Hij groeit meestal niet lang op een zelfde plaats, maakt de bodem los en rijp, voor andere planten. Hij is in staat chemisch vuil op te slaan. Zo is ook de werking in het lichaam. Reinigend en stimulerend.

Geslacht: vrouwelijk

Planeet: Saturnus

Element: water

Krachten: bescherming, heling

Bronnen:

*      Kruiden signatuur en eigenschappen; Yvonne Maessen

*      Handboek geneeskruiden; Lisette Timmermans

*      Groene Magie; Scott Cunningham