![]() | ![]() | ![]() |
Smalle Weegbree
Botanische naam: Plantago Lanceolata
Familie : Weegbreefamilie, Plantaginaceae
Naamgeving:
Plantago komt van Planta pedis (Latijn) en betekent "voetzool" duidend op de gelijkenis van de bladeren met een voetzool. Weegbree werd vanuit Europa door de hele wereld verspreid. De Indianen noemde het "De voetstap van de blanke", omdat het overal werd gevonden waar de Europeanen geweest waren.
Lanceolata komt van Lancea (Latijn) en betekent "speer/lans". De bladeren, en evenwijdig lopende nerven, van de Kleine Weegbree lijken op een lans/speer.
Algemene beschrijving:
De grootte van de plant kan sterk verschillen, maar ze wordt maximaal 0,5 m hoog. De soort begint in West-Europa in de voorzomer te bloeien en er zijn tot in de herfst bloeiende exemplaren te vinden.
De bladeren staan allemaal in een bladrozet. Ze zijn lancetvormig en in voedselrijke omstandigheden staan ze opgericht. Onder schrale omstandigheden zijn ze kleiner, ronder van vorm en liggen ze plat tegen de grond. De aar staat op een gegroefde steel en is wat groen-bruinig van kleur. De witte helmknoppen die op de helmdraden relatief ver buiten de aar staan steken hiertegen af.
De bloempjes hebben doorschijnende kroonslipjes met een bruine streep. De bloempjes produceren drie zaden. De aar is bij planten in voedselarme omstandigheden korter en boller van vorm.
In West-Europa is het in het wild een zeer algemene plant. De plant komt veel voor in allerlei graslanden, zowel voedselrijke als voedselarme al kan ze in habitus sterk verschillen (zie boven). Ook is ze te vinden in de voegen tussen stoeptegels en andere vormen van bestrating. Uit pollenanalyse is gebleken dat rond 3000 v.Chr. in de gebieden waar tegenwoordig Nederland ligt de smalle weegbree sterk in aantallen toenam. Dit wordt verklaard door de toenemende landbouwactiviteiten, waardoor er steeds meer voor de plant geschikte graslanden ontstonden.
De geschiedenis:
· Plantago major werd zo`n 4000 jaar geleden voor het eerst in Europa gevonden. Dit was toen de mens voor het eerst de grond ging cultiveren.
Weegbree werd vanuit Europa door de hele wereld verspreid. De Indianen noemde het "De voetstap van de blanke", omdat het overal werd gevonden waar de Europeanen geweest waren.
· Weegbree staat al eeuwen bekend als een medicinale plant. In Scandinavie is de plant het beste bekend om zijn wond helende eigenschappen. De Noorse en Zweedse naam voor weegbree is Groblad wat helende bladeren betekent.
Weegbree werd ook veel gebruikt in de tijd van Shakespeare en wordt ook genoemd in het stuk "Romeo en Juliet" Act I, Scene II van de periode 1592 tot 1609.
Romeo: Je weegbree is daar uitstekend voor.
Benvileo: Voor wat, thee?
Romeo: Voor je wond.
Inhoudstoffen:
Ø Looistoffen (6,5%)
Ø Bitterstoffen
Ø Mineralen:
o Zwavel (reinigt de huid)
o Ijzer
o Kalium (stimuleert de vochtafvoer door de nieren)
o Calcium
o Fosfor
o Natrium
o Silicium
o Zink
Ø Xanthofyl
Ø Hars
Ø Vitamine C, B (choline)
Ø Heterosiden
o Aucuboside (0,5-1,6%)
Ø Enzymen:
o Diastasen
o Invertasen
o Emulsine
o Labenzyme
Ø Silicium (1,35%)
Ø In het zaad:
o Slijmstoffen: tot 30%
o Vetzuren: linolzuur, oleïnezuur
o eiwit
o Aucubine
Signatuur :
De bladeren van de smalle weegbree zijn smal, lancetvormig en parallelnervig. Het lijkt op een mes of dolk waarmee je een steekwond op kunt lopen. De smalle weegbree helpt direct bij allerlei bloedende verwondingen, het is bloedstelpend, pijnstillend en wondhelend. Inwendig is werkt het antiseptisch, vooral bij stekende pijnen.
De zachte beharing van de plant geeft een werking aan op de huid en de slijmvliezen. Het kan het slijm opruimen en de luchtwegen weer schoonmaken.
De smalle weegbree heeft een zeer bijzondere bloeiwijze. Aan het einde van de vierkante steel zint een langwerpig aartje waar gele meeldraden als een kransje omheen zitten. Hij bloeit van onder naar boven als een een aureooltje en verspreidt veel stuifmeel.
Smalle weegbree laat zich niet vertrappen, wat wordt opgevat als weerstandsverhogend en karakterversterkend.
Eigenschappen:
o Luchtwegen:
o Emolliens/ Demulcens (verzachtend): verzacht ontstoken slijmvliezen van de luchtwegen en vermindert de hoestprikkel (door slijmstoffen)
o Antibacterieel (dood of remt bacteriën af): o.a. tegen staphylococcus aureus, beta-hemolystische streptococcen, bacillus subtilis.
o Anti-allergisch: door aucubigenine, door acteoside dat lipoxygenase van de leucocyten inhibeert en de vorming van de leucotrienes B4 inhibeert.
o Anti-inflammatoir ( door catalpol): verwarmen-zoals in infusen en decocten- vermindert die eigenschap wel.
o Mild adstringerend (door looiestoffen)
o Bronchodilaterend (verwijd de luchtwegen)
o Tonicum voor de slijmvliezen van maag en darmen;
o Emolliens
o Astringerend
o Anti-inflammatoir
o Hepatoprotectivum (beschermt de lever) (door aucubine)
o Emolliens op de urinewegen
o Hemostatisch, bloedstelpend: verhoogt de stolbaarheid van het bloed
o De zaden of de zaaddoppen:
o Laxerend: door zwelvermogen van de slijmstoffen die de darmperistaltiek stimuleren
o Uitwendig:
o Astringens
o Cicatrisans (wondhelend/epitheelvormend)
o Anti-inflammatoir
o Bloedstelpend: door de looistoffen, zink en silicium
o Antiseptisch
o Antibacterieel (aucubigenine i o.a. werkzaam tegen staphylococcus aureus, een kiem die vaak bij huidinfecties is betrokken)
o Jeukwerend : door de anti-allergische, antihistamine-werking van aucubigenine
o Fungostatisch
Indicaties:
ü Luchtwegen:
o Bronchitis: vooral in de acute fase met een rauw gevoel en hoesprikkel
o (Chronische) bronchitis met droge, taaie slijmen
o Droge nerveuze hoest
o Verkoudheden
o Allergische bronchitis
o Herstel van de longen na longziekten
o Adjuvans bij astm




