Tormentil

  

Botanische naam :  Potentilla Erecta – Potentilla tormentilla

Familie                  :  Rozenfamile, Roseacea

Naamgeving:

“Potentilla” is het verkleinwoord van ‘potens’(Latijn voor “krachtig”, “machtig”) en wijst op de gereputeerde geneeskrachtige eigenschappen.

“Erecta”wil zeggen ‘rechtopstaand’, wijzend op de soms rechtopstaande stengels.

“Tormentilla”is afgeleid van ‘tormentum’(koliek’, ‘darmpijn’, ‘kwelling’), wijzend op het krampstillend vermogen of op het vermogen tandpijn te lenigen.

Algemene beschrijving :

Tormentil groeit in heel Europa op vochtige grond in vochtige graslanden, natte heidevelden en venen, en aan bosranden. In feit is Tormentil de meest voorkomende Potentilla soort in Europa. In Nederland is te vinden vrij algemeen in het oosten en midden en in de duinen, vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en laagveengebieden, elders zeer zeldzaam of ontbreken. Ook in Friesland, waar bekent is als weewoartel.

Beschrijving
Afmeting: 15 tot 50 cm.
Levensduur: Overblijvend.
Bloeimaanden: Mei- Juni t/m september-oktober.
Wortels: Een forse wortelstok.
Stengels: Liggend tot opstijgend, niet wortelend op de knopen.
Bladeren: Meestal 3-tallig, zelden 4 of 5-tallig, verspreid afstaand tot zijdeachtig behaard, rozetbladeren meestal al verwelkt voor de bloei, stengelbladeren niet of soms zeer kort gesteeld, deelblaadjes ruitvormig met de grootste breedte ongeveer in het midden, met vrij diepe vaak iets toegespitste tanden, steunblaadjes van de stengelbladeren ruim half zo groot als de deelblaadjes, meestal handvormig ingesneden. De bladeren zijn donker groen en zijn driedelig. De grondstandige bladeren hebben een lange steel, de bovenste bladeren zijn zittend of kortgesteeld. Elke blad bestaat uit drie deelblaadjes, die omgekeerd eivorming zijn en grofgetand. De steunblaadjes zijn bladachtig en handvormig gelobd.

Bloemen: Losse vrij rijkbloemige bijschermen met dunne assen, geel, 4-tallig, zelden 5-tallig, kroonbladen met vaak een oranje vlekje, even lang of meestal iets langer dan de kelkbladen. De bloem heeft een doorsnede van 0,7-1,1 cm. Er zijn vier kroonblaadjes die ingekeept zijn. De kroonblaadjes zijn langer dan de kelkblaadjes. De bloem bevat veel meeldraden. De bloemen vormen losse bijschermen op lange, slanke stelen. Bloemen zijn hermafrodieten, dus zich fertiel.
Vruchten: Meestal niet meer dan 8 vruchtjes per bloem.

Biotoop
Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde plaatsen op natte tot vrij droge, zure tot zwak zure, voedselarme, onbemeste grond
Groeiplaatsen: Heide, schraal grasland, duinvalleien, bospaden, kapvlakten, hellinggrasland, gazons, meentweiden, langs greppels, slootkanten, spoorbermen, bermen, kapvlakten, binnenduinweilanden, ijl rietland en trilveenmoeras.

Teelt

Plant de zaden, als ze groot genoeg zijn om te handelen, in kleine potjes en laten groeien de eerste winter binnen de kas of in een beschermde plek. Volgende lente of zomer, verplant in de tuin. Om de plant te delen is best de lente. Als de afgeknipte deel van de plant is lang en groot, kan direct in de tuin verplant worden. Als het te klein en kort is, beter laten verplanten in een beschermde plek met schaduw tot de volgende zomer.

 

De geschiedenis :

 

·         Dioscorides (40 – 90 n.C.) gebruikte tormentil wortel bij kiespijn, mondslijmvliesontsteking, buikpijn en diarre

·         De plant werd vanaf de zestiende eeuw inwendig gebrukt om diarre, krampen en witte vloed te verlichten. Uitwendig om bloedende wonden te stelpen en zweren te behandelen

·         Dodoens (1517 – 1585) beval hem o.a. aan bij kiespijn en vergifting

·         Culpeper (1616 – 1654) gebruikte tormentil bij ontsteking en koortsen en vond het een uitstekend middel voor lotions en spoelmiddelen bij mondzweren, aften en slijmvliesontsteking

·         Tormentilrood werd gebruikt als kleurstof voor wol en stoffen; om leer te looien en te kleuren.

 

Inhoudstoffen :

 

Ø  Looistoffen (tot 20%): Catechollooistof, Flobafeen (tormentilrood)

Ø  Organische zuren

Ø  Hars

Ø  Gom

Ø  Sporen etherische olie

Ø  Zetmeel

Ø  Glycosiden : Chinoine

 

Signatuur :

Volgens de signaturenleer zou de rode wortel helpen bij ziekten van het bloed en daar waar de ontlasting rood gekleurd is.

 

Werkingsveld :

1.   Spijsvertering : aperitivum (eetlustopwekkend) anti-diarre/obstipans, krampwerend, maag- en darmkatarren, zowel acuut als chronisch.

2.   Mond en keel :  anti-inflammatoir (ontstekingswerend (door de looistoffen)), astringerend (samentrekkend), antisepticum

3.   Overige : bloedstelpend (hemostyptisch), wondhelend (cicatrisans)

 

Indicaties :

ü  Maagsecretie bevorderend

ü  Gastritis

ü  Lever reinigend

ü  Milt

ü  Enteritis

ü  Diarree

ü  Bloed in de ontlasting

ü  Darmcatarre,chronische

ü  Darmkoorts : Cholera, Tyfus

ü  Bloedstelpend bij : zwaktebloeding, leegtebloeding, bloedspuwen, menstruatie (hevige), neusbloeding

ü  Slijmvloeiingen

ü  Nieren reinigend

ü  Longen reinigend

ü  Bedplassen

ü  Uitwending bij ontsteking; Gargarisma: mondholte, keelholte, tandvlees, aften, amandelen// Kompressen :  wonden (slechthelend), huiduitslag, schaafwonden, brandwonden.

 

Contra – indicaties :

 

v  Er zijn geen contra-indicaties gekend; maar bij overdosering kan het vanwege het hoge gehalte aan looistof bij gevoelige patiënten tot maagklachten en overgeven komen. Dat gebeurt echter maar zelden.

 

Gebruikte delen :

 

De wortelstok (Rhizoma Tormentillae), welke bij een temperatuur van 30¢ª wordt gedroogd.

 

Toepassingen :

 

o   Rhizoma Tormentillae: 2-3 theelepels / kopje, decotum, inwendig en uitwendig

o   Tinctura Tormentillae : 3-4 x daags 30-50 druppels, inwendig en uitwendig

o   Thee 10 gram van de gehele plant met wortelstok op een liter kokende water, even opkoken en dan 5 minuten laten treken, per lepel gebruiken

o   Bij wonden en uitslag : thee op een kompres

o   Bij witte vloed : 10% decoctum

o   Gorgeldrank / spoelmiddel : 5% afkooksel

o   Compressen met afkooksel kunnen gebruikt worden om een slappe huid te tonifiëren

 

Essentie :

 

Een koel kruid, een kruid van de zon. Een kruid van zuiveren en purificatie. Een kruid dat helpt om bewust te worden van de natuur en om de communicatie tussen man en natuur te versterken. Een kruid om energetische balans te krijgen. Een beschermende kruid.

Element : vuur

Plannet : Jupiter

Mannelijk

Magische krachten : geld, bescherming, zuiverend, slaap

 

Bronnen :

 

*      Lexicon der geneeskruiden - Mellie Uyldert

*      Geneeskrachtige Kruiden - Mannfried Pahlow

*      Groot handboek geneeskrachtige kruiden – Geert Verhelst

*      Handboek geneeskruiden – Lisette Timmermans

*      De taal der Kruiden – Mellie Uyldert