Groot Kaasjeskruid

 

 

Botanische naam : Malva Sylvestris

Familie                  : Kaasjeskruidfamilie, Malvaceae

Naamgeving :

Malva” en “malve” afgeleid van de Oud-Engelse naam ‘Malwe’ wat staat voor zacht en verwijst naar de verzachtende slijmstoffen. Ofwel van het Griekse ‘Malakos’ wat ook zacht betekent.
Sylvestris; is Latijn voor ‘uit het bos’.
 

“Kaasjeskruid”verwijst naar de vruchtvorm die gelijkenis vertoont met goudse kaas.

Algemene beschrijving :

Winterharde meerjarige plant die zich vaak gedraagt als een tweejarige. Heeft een vlezige penwortel. Rechtopgaande of liggende, forse tot 1,5 meter groot wordende plant met licht behaarde stengels, die zich aan de voet straalsgewijs vertakken, maar verderop nauwelijks. Draagt grote , gesteelde, ronde tot hartvormige drie- tot zevenlobbige bladeren. Helgroen tot donkergroen van kleur. De afgeronde lobben van het behaarde blad hebben een getande rand. Van mei tot oktober bloeit groot kaasjeskruid, van op een steel uit de bladoksels , met prachtige licht- tot paarsroze bloemen met vijf kroonbladeren die donkerpaarse nerven vertonen. Aan de top zijn de kroonblaadjes uitgerand, aan de basis versmald. De vruchtjes zijn ronde, aan weerszijden uitgeholde vruchtjes, schijfvormig afgeplat (de ‘kaasjes’) ze verdelen zich bij rijpheid in negen tot elf delen.

Inheems in Europa, Noord- Afrika en Zuid- West Azië; later ingevoerd in Noord- Amerika en nu overal verwilderd in gematigde en tropische gebieden. Houdt van zonnige of deels beschaduwde, goed doorlatende grond; gedijt het beste op stikstofrijke, humusrijke grond. Vermijdt zure gronden. Wordt veel aangetroffen langs dijken en wegen, op braakliggend bouwland en ruderale terreinen (ruines, puin, stortplaatsen)
In het wild komt kaasjeskruid alleen voor op plekken waar mensen hebben gewoond, het is een menslievend kruid.

 

 

 

 

De geschiedenis :

·         Groot kaasjeskruid is een van de oudste medicinale plantensoorten. 

·         Hoe kon in de 16e eeuw een man de weet komen of zijn aanstaande vrouw nog maagd was? Een Zwitsers kruidboek beval hiertoe aan, de urine van het meisje over een Groot kaasjeskruidplant te gieten. Als die dan binnen drie dagen verdorde was zijn uitverkorene niet maagdelijk meer. Men kan zich gemakkelijk voorstellen hoeveel onheil de uitvinder van deze ‘test’ hiermede destijds zal hebben aangericht. 

·         Werd bij de Romeinen als medicinale plant gekweekt en als “panacee”, middel tegen alle kwalen, beschouwd; men at ook de jonge spruiten ervan.

·         Werd in de volkgeneeskunde vooral gebruikt als men niet aan het krachtiger (meer slijmstoffen bevattende) heemst kon raken.

Inhoudstoffen :

Bloemen  :

Ø  Slijmstoffen (6-8% verse plant, 16% in de drogerij): Galactose, Arabinose, Rhamnose, Galacturonzuur

Ø  Looistoffen

Ø  Anthocyaanglycoside : Malvine

Ø  Vitamine : A, B, C

Bladeren :

Ø  Slijmstoffen (8%)

Ø  Looistoffen : beperkte hoeveelheden

Ø  Flavonoïdsulfaten

Signatuur :

De dieproze bloemen zijn zacht en kwetsbaar en worden bij droging paarsblauw, analoog aan de gasuitwisseling in de longen.

Werkingsveld :

1.   Luchtwegen : ontkrampend, slijmafvoerend, ontstekingsremmend, verzachtend

2.   Spijsvertering : mild astringerend (samentrekkend), ontstekingsremmend, slijmvliesherstellend, licht laxerend

3.   Huid : mild anti-inflammatoir (ontstekingswerend), verzachtend.

4.   Urinewegen : demulcens/Emolliens (verzachtend), matig diuretisch (vochtafdrijvend)

5.   Vrouwelijk organen : ontstekingsremmend, slijmvliesherstellend

 

Indicaties :

ü  Bronchitis

ü  Kriebelhoest

ü  Luchtwegencatarre

ü  Heesheid

ü  Aften

ü  Strottenhoofdcatarre

ü  Gastritis

ü  Enteritis

ü  Eczeem, droog

ü  Psoriasis

ü  Steenpuisten

ü  Zweren

ü  Nagelbedontsteking

ü  Gorgeldrank

ü  Bij de bevalling, als de weeën niet doorzetten

Contra-indicaties :

v  Er zijn geen gekende contra-indicaties

Gebruikte delen :

Vooral de bloemen, eventueel de bladeren maar zelden de wortel. Jonge bladeren en scheuten kunnen rauw in salades gegeten worden als ook de onrijpe zaaddozen. Ook kunnen de bladeren ze gekookt worden; klaargemaakt in spinazie of in soepen waar ze als dikkend middel dienst doen. Het blad wordt ook gebruikt als kleurstof in voedingsmiddelen
De zaden zelf hebben een nootachtige smaak en kunnen geknabbeld worden. Ook kan het Groot Kaasjeskruid cosmetisch gebruikt worden. Het sap van deze bloem is een lenigend en verzachtend sap voor de huid.
In de kruiden- en signatuur leer worden alleen de bloemen gebruikt, hierin bevinden zich de hoogste concentraties slijmstoffen. De tinctuur Malva wordt gemaakt van de verse bloemen plus kelk. Daar de plant erg gevoelig is voor roest, worden de schoonste bloemen uitgezocht. De bloemen worden ook geplukt voor thee, olie en zalf. Bij het thee zetten is het voor dit soort tere bloemen aan te raden gebruik te maken van de maceratiemethode, dit is in koud water langzaam laten trekken en voor het gebruik opwarmen. De olie, meestal Malvaolie genoemd, is zeer geschikt voor psoriasis en de zeer gevoelige huid.

 

 

 

Toepassingen :

o   Flores Malva sylvestris : 1 theelepel / kopje, infuus of maceratie

o   Folia Malvae sylvestris : 1 theelepel / kopje, infuus

o   Herba Malva sylvestris : 1 theelepel / kopje, infuus

o   Uitwendig : Kompres: 5% afkooksel // Mondspoeling: 1,5% warm infuus

 

 

Typologie /Essentie:

Door zijn verzachtende kwaliteiten is het een goed kruid bij alle verhardingen in het lichaam, ook bij psychisch – emotionele ‘verhardingen’. Kaasjeskruid geeft bloemen tot in het oneindige, zonder zichzelf te verliezen, omdat het goed geaard is. Dit leert ons te geven vanuit het hart, vanuit onbaatzuchtige liefde. De mens die geeft om terug te krijgen, zal altijd teleurgesteld worden en verbitteren. Dit uit zich in het lichaam door verhardingen, denk aan reuma, psoriasis, verstoppingen en nierstenen. Kaasjeskruid helpt de verkrampt, verbitterde mens zachter te worden en te ontspannen, zodat alles weer kan gaan stromen.

Bronnen :

*      Geneeskrachtige Kruiden - Mannfried Pahlow

*      Groot handboek geneeskrachtige kruiden – Geert Verhelst

*      Handboek geneeskruiden – Lisette Timmermans

*      Thieme’s boek van de geneeskruiden – Peter Schmidsberger